Ria van Tiggelen begon in de zeventiger jaren met het maken van keramische beelden.  Zij kreeg daarbij het advies om model te gaan tekenen. Dit sleepte haar dusdanig mee, dat zij model is blijven schilderen. In het begin leerde zij figuratief en realistisch werken, nu is het een gevecht om afstand te doen van allerlei aangeleerde "regels". De figuratie is afgezwakt, gezichten zijn minder belangrijk. Het werk wordt spannender en mysterieuzer, hoewel het nooit helemaal abstract zal worden. Een enkele keer kijkt iets anders om de hoek, een fraai stilleven, of een poes (bij stilleven).

Mensen blijven Ria boeien, zowel via de naakstudies die minder abstracte elementen bevatten, als via de fantasieën, waarin zij zich op een andere manier kan uitleven.